Fruitbomen

Fruitbomen worden voornamelijk geteeld voor de opbrengst van fruit. Om de opbrengst te kunnen sturen en optimaliseren worden fruitbomen en struiken vaak geënt op onderstammen en in vorm gesnoeid. De vorm die bomen krijgenm word bepaald door de groei-eigenschappen van het soort fruit, het specifieke ras, de onderstam en de groeiomstandigheden

boomgaarden en fruit in de tuinkunst


Vruchtbomen en struiken behoren tot de eerste gewassen die in tuinen werden geteeld. De Romeinen hebben verschillende fruitsoorten naar West-Europa meegenomen. In middeleeuwse kasteel- en kloostertuinen teelde men fruit in leivorm langs muren. In de formele aanleg van classicistische buitenplaatsen werden symmetrisch aangeplante fruithoven aangelegd met hoge leibomen langs latwerk en vakken met lage breed gesnoeide dwergboompjes.

fruitbomen in groen erfgoed


In groen erfgoed gebruiken we voornamelijk historische soorten en rassen. Veel rassen zijn oorspronkelijk regionaal gebonden en geschikt voor de daar aanwezige grondsoort. Veel soorten hebben kruisbestuiving nodig.
De meeste fruitbomen worden geënt op een onderstam, van oorsprong op groeikracht en wortelstelsel geselecteerde zaailingen met een lange levensduur. De onderstam bepaalt in grote mate de ontwikkeling van de boom. Een zwak groeiende onderstam levert een matig groeiende struik op die kleiner blijft en sneller vrucht zet. Een krachtig groeiende onderstam is geschikt voor half- en hoogstam fruitbomen die een grote kroon moeten opbouwen. Moderne onderstammen zoals M9 en kwee C groeien langzaam en hun levensduur is beperkt en zijn daarom niet geschikt als onderstam bij groenerfgoed.

Snoeien fruitbomen

Het snoeien van fruitbomen gebeurt met een snoeimes, snoeischaar of snoeizaag. Doel is een evenwichtige struik of boom met voldoende ruimte tussen de afzonderlijke gesteltakken voor vruchthout. De vorm van een boom wordt geleidelijk opgebouwd uit stam, gesteltakken en vruchthout.
De kroon van grote hoogstambomen wordt zo opgebouwd dat er met een ladder goed in gewerkt kan worden. Ladder zetten zijn plekken in de boom waar een ladder veilig kan staan tegen een gesteltak of brede vork en van waaruit snoei en oogst goed mogelijk is.

Groenpartner Avereest kan u helpen bij

  • Begeleidingssnoei: snoeien van jonge bomen zodat er een goede kroon opgebouwd wordt met het gewenste eindbeeld.
  • Vormsnoei: snoei met het doel het gewenste model te krijgen of te houden van de gehele boom.
  • Correctie- of onderhoudssnoei: het dunnen van te dicht opeenstaande en overtollige takken; het verwijderen van kruisende takken, ziek en dood hout.
  • Spoorsnoei: het snoeien om spoorvorming te stimuleren en het dunnen van oude sporen.
  • Verjongingssnoei: het geheel terugsnoeien van afgedragen takken na de vruchtdracht om de vorming van een nieuwe scheut te stimuleren.